|
|
Temperatuurtrends in Nederland en mondiaal, 1906 - 2011
30 mei 2012
De jaargemiddelde temperatuur in Nederland is in de afgelopen honderd jaar met 1,7 oC toegenomen. Wat betreft de seizoenen zijn de lente en de zomer met 2,0 oC het sterkst opgewarmd. De andere seizoenen zijn minder opgewarmd; de gemiddelde temperatuur in de herfst ligt 1,3 oC hoger en in de winter 1,1 oC hoger. Ook de wereldgemiddelde temperatuur is gestegen in de afgelopen eeuw, namelijk met circa 0,9 oC.
Temperatuurstijging in Nederland zet onverminderd door
De jaargemiddelde temperatuur in Nederland is trendmatig toegenomen en ligt nu 1,7± 0,5 oC hoger dan een eeuw geleden. Deze opwarming is statistisch sterk significant. De afgelopen 20 jaar is die stijging steeds ongeveer 0,04 oC per jaar geweest.
Temperatuur in Nederland stijgt in alle seizoenen
Deze opwarming blijkt wel verschillend verdeeld te zijn over de seizoenen. De sterkste opwarming over de afgelopen 100 jaar vond plaats in de lente en de zomer. De minste opwarming vond plaats in de winter (zie de tabel op de site van Compendium voor de Leefomgeving voor meer details):
Opwarming in de lente: 2,0 ± 0,8 oC
Opwarming in de zomer: 2,0 ± 0,8 oC
Opwarming in de herfst: 1,3 ± 0,6 oC
Opwarming in de winter: 1,1 ± 1,2 oC
Opmerkelijk is dat de winters de minste stijging laten zien waarbij de opwarming op de rand van statistisch significant is. Daarbij is de variabiliteit van wintertemperaturen rond de langjarige trend veruit het grootst. Deze twee fenomenen verklaren waarom koude winters nog steeds kunnen voorkomen in het Nederlandse klimaat.
De jaargemiddelde temperatuur en seizoenstemperaturen zijn berekend op basis van de zogenaamde CNT-reeks van het KNMI. Deze dataset bestaat uit vijf gehomogeniseerde meetreeksen voor het midden van het land en bevat maandgemiddelde temperaturen over de periode 1906-2011 (zie technische toelichting onderaan deze pagina). Om de data en trends daarin vergelijkbaar te maken is voor alle reeksen het gemiddelde over de periode 1961-1990 berekend en afgetrokken van alle data over de hele meetperiode 1906-2011.
Warmterecords
Als we de jaargemiddelde opwarming voor centraal Nederland in 2011 vergelijken met ander jaren in de periode 1906-2010, dan blijkt 2011 met 10,8 oC het op-twee-na warmste jaar te zijn sinds het begin van de meetreeks. De warmste jaren in Nederland waren 2006 en 2007, met een gemiddelde temperatuur van 11,1 oC. De seizoenswaarden zijn niet allemaal records. Zo was de winter van 2011/2012 kouder dan gemiddeld (bijna een Elfstedentocht), terwijl de zomertemperatuur van 2011 gemiddeld was. De lentetemperaturen waren wel de op-een-na hoogste sinds 1906. De herfsttemperatuur was de op-vijf-na hoogste in de hele reeks. Overigens is het noemen van records op zich geen bewijs voor klimaatverandering. Eén of meerdere records aan het eind van een meetreeks kunnen ook door toeval daar optreden. Daarom is het belangrijk om een goede inschatting te maken van langjarige trends (Visser en Petersen, 2012).
De temperatuur stijgt ook mondiaal
De wereldgemiddelde temperatuur is de afgelopen honderd jaar trendmatig gestegen met 0,9 ± 0,1 oC. Daarmee is deze temperatuurstijging statistisch sterk significant.
De trend in de getoonde wereldtemperatuur laat zien dat de gemiddelde temperatuur nog steeds stijgt, ook na het jaar 2000. Wel is het zo dat de jaarlijkse toename minder is dan bijvoorbeeld rond 1995.
Een onzekerheidsanalyse van de trend laat zien dat het trendverschil tussen 2011 en 2010 0,006 ± 0,020 oC bedraagt. Deze toename is wel positief, maar niet statistisch significant. Het trendverschil tussen de jaren 1995 en 1994 is veel groter en wel statistisch significant, namelijk 0,020 ± 0,010 oC.
Als oorzaken van de verminderde stijging in de laatste jaren worden een verminderde zonneactiviteit en oceaanstromingen gegeven (Foster en Rahmstorf, 2011). In 1998 had de wereld te maken met een sterke El Nino, die tot versterkte mondiale opwarming leidde, nu is er een La Nina. Vergelijkbare schommelingen hebben zich ook vroeger in de tijdreeks voorgedaan.
Warmterecords
Wereldwijd was de afwijking van de jaargemiddelde temperatuur in 2011 relatief hoog: 0,34 oC ten opzichte van de periode 1961-1990. Het jaar 2011 staat daarmee op een twaalfde positie in de rij van warmste jaren sinds 1850. Het jaar 1998 is recordhouder. De 12 warmste jaren vallen allen na het jaar 1996.
Nederland warmt veel sneller op dan mondiaal
Tot nu toe werd verwacht dat de opwarming in Nederland (en omstreken) ongeveer even snel zou verlopen als de stijging van de wereldgemiddelde de temperatuur. Nederland ligt immers op middelbare breedte en staan onder invloed van zowel land als van zee. De opwarming sinds 1950 in Nederland is echter ruim twee keer zo groot als de mondiale opwarming (Oldenborgh et al. 2003, 2009). Die snellere opwarming wordt hoogstwaarschijnlijk niet veroorzaakt door natuurlijke schommelingen. Maar komt doordat landmassa's meer opwarmen dan de oceanen. Verder heeft Nederland -net als andere delen van West-Europa- sinds 1950 te maken met meer (zuid)westenwind in de late winter en het vroege voorjaar, minder bewolking, stijgende temperaturen van het Noordzeewater en een toename in de hoeveelheid zonnestraling (door schonere lucht) in het voorjaar en de zomer (KNMI, 2008).
Relatie met klimaatverandering
De belangrijkste reden voor de trendmatige toename van de gemiddelde temperatuur op aarde in de laatste 50 jaar is waarschijnlijk het door de mens veroorzaakte versterkte broeikaseffect. Dit versterkte broeikaseffect is een gevolg van de uitstoot van broeikasgassen in de atmosfeer. Daarnaast zijn er ook natuurlijke processen die de gemiddelde jaarlijkse temperatuur op aarde beïnvloeden. Dit zijn bijvoorbeeld variaties in de sterkte van de zonnestraling, het optreden van vulkaanuitbarstingen, El-Nino's en chaotische fluctuaties in het klimaat (IPCC, 2007).
Veel natuurlijke factoren die van invloed zijn op de mondiale temperatuur, zoals El Nino en La Nina, hebben geen of zeer beperkte invloed op de temperatuur in Nederland. Die wordt veel meer bepaald door circulatie-veranderingen in onze omgeving en door de temperatuur van de Noordzee (zie ook Dorland, 2011).
Koeling?
Er is aandacht ontstaan in de pers voor het feit dat de wereldgemiddelde temperaturen na 1998 lijken te stabiliseren. Gesuggereerd wordt dat het mondiale klimaat aan een 'koeling' begonnen zou zijn. Zo'n afvlakking van de temperatuur volgt inderdaad ook uit de hier boven vermelde trendverschillen. Een koeling blijkt echter niet uit de data. Voor een discussie over de interpretatie van deze data verwijzen we naar Strengers en Labohm (2010). Het is bij dit soort discussies belangrijk om te vermelden dat conclusies over het wel of niet stagneren van de wereldgemiddelde temperatuur sterk beïnvloed worden door de meetperiode waarover gekeken wordt. Kijken naar de laatste tien jaar leidt tot een andere conclusie dan kijken naar de laatste honderd jaar.
|