|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
Home > Vraag & antwoord > over gevolgen > Hoe snel stijgt de zeespiegel en wat betekent dit voor Nederland? | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Tabel 2: Klimaatscenario’s voor zeespiegelstijging (KNMI, 2006)
Figuur 2: Op de termijn tot 2100 zal op basis van de KNMI scenario’s de zeespiegel maximaal stijgen tot 85 cm boven het niveau van 1990. Er is een onbekende maar kleine kans dat in de tweede helft van deze eeuw de stijging versnelt, indien Groenland en/of West Antarctica versneld afkalven(MNP, 2007). Geologisch onderzoek wijst uit dat er in het verleden tijden zijn geweest waarin er sprake was van een snellere zeespiegelstijging. Reconstructies van het zeeniveau voor vele duizenden jaren op basis van de groei van koraalriffen geven aan dat in het verleden de zeespiegel met maximaal 100 tot 150 centimeter per eeuw is gestegen. Hoewel zulke reconstructies geen garanties geven voor de toekomst, onderstrepen ze dat een stijging van meer dan 85 centimeter in deze eeuw mogelijk is. Een grotere stijging dan 150 centimeter voor 2100 lijkt uitgesloten. Maar ook het maximum van 150 centimeter deze eeuw betekent voor Nederland al een forse opgave.
Bij lange termijn investeringen in de kustverdediging spelen gebeurtenissen met een kleine kans en grote gevolgen een belangrijke rol. Daarom heeft het KNMI op verzoek van de Deltacommissie in 2008 de mondiale zeespiegelstijging en de zeespiegelstijging langs de Nederlandse kust voor de jaren 2100 en 2200 opnieuw onderzocht. Op basis van dit onderzoek spreekt de Deltacommissie over een maximale zeespiegelstijging in 2100 (ten opzichte van de periode 1990 tot 2000) van 120 centimeter, terwijl het hoogste KNMI'06 scenario uitgaat van 85 centimeter.
Het verschil van 35 centimeter is verklaarbaar. De Deltacommissie rekende met een wereldwijde opwarming tot 6 graden Celsius in 2100 (dit is de 'likely' bovengrens bij het hoogste emissiescenario volgens IPCC). Daarentegen rekenen de KNMI scenario's met een opwarming van hooguit 4 graden Celsius in 2100 (dit komt overeen met de 'best estimate' schattingen van het IPCC).
Uit een verkennende analyse van het toenmalige Milieu- en Natuurplanbureau (MNP) en WL Delft Hydraulics (MNP, 2007) komt naar voren dat Nederland een zeespiegelstijging van 1 tot 1,5 meter in deze eeuw in beginsel goed aankan door het ophogen van de dijken en het opspuiten van zand langs de kust.
Behalve zeespiegelstijging is ook de sterkte en de frequentie van stormen van belang voor de veiligheid van Nederland. Als uit nader onderzoek zou blijken dat er als gevolg van de temperatuurstijging zwaardere stormen voor de Noordzee verwacht mogen worden, dan zullen aanvullende versterkingen nodig zijn. KustbeleidNaarmate de zeespiegel verder stijgt, nemen de afvoermogelijkheden onder vrij verval voor de regionale watersystemen en de rivieren af, stijgt het waterpeil in het benedenrivierengebied en nemen de getijde- en zoutinvloed landinwaarts toe. De hogere waterstanden en het wegvallen van het vrije verval vragen dijkverhogingen in een steeds groter deel van Zuidwest-Nederland, het rivierengebied en het IJsselmeergebied. Zo zal bij een zeespiegelstijging van twee meter de getijdeninvloed zich uitstrekken tot aan Tiel.
Het Deltaprogramma is op 1 februari 2010 van start gegaan en het heeft tot doel om Nederland nu en in de toekomst te beschermen tegen hoog water en de zoetwatervoorziening op orde te houden. Voor het kustbeleid betekent dit dat er zand aangevoerd wordt, om het kustfundament mee te laten groeien met de zeespiegelstijging.
Om de zeespiegelstijging te kunnen bijhouden, heeft Nederland op relatief korte termijn al meer zand nodig dan nu. Het Rijk onderzoekt hoe snel deze ontwikkelingen gaan en hoeveel zandsuppleties nodig zijn. Daarbij wordt gekeken naar de verwachte ontwikkeling van de zeespiegelstijging, de hoeveelheid zand die uit het kustfundament verdwijnt en de beschikbaarheid van zand en mogelijkheden voor zandwinning.
Ook onderzoekt het Deltaprogramma een mogelijke oplossing voor problemen die door klimaatverandering ontstaan in de regio Rijnmond-Drechtsteden. Naar verwachting zullen de hogere zeespiegel, hogere rivierafvoeren en zoutindringing zorgen voor verzilting van de landbouwgebieden. Dit vormt een bedreiging voor onder andere land- en tuinbouw, ecologie en handhaving van het waterpeil. Met het oog op deze problematiek adviseerde de Deltacommissie (2008) te onderzoeken of het gebied met waterkeringen ‘afsluitbaar open’ gemaakt zou moeten worden. Door het inzetten van flexibele keringen kan het Rijnmondgebied bij hoogwater afgesloten worden.
Nederland is waarschijnlijk nog eeuwen bestendig te houden is tegen klimaatverandering en zeespiegelstijging. Afnemende mogelijkheden voor een vrije uitstroom van rivierafvoeren zullen bepalend zijn voor de lange termijn houdbaarheid van Nederland. Gegeven de grote onzekerheden en onbekende maar klein geachte kans op een sterk versnelde afsmelting en desintegratie van de ijskappen op Groenland en Antarctica, stelt het MNP (MNP, 2007) dat het niet nodig is ons nú al voor te bereiden op een stijging van meer dan 1,5 meter in deze eeuw. Als meest waarschijnlijke bandbreedte voor de te verwachten zeespiegelstijging deze eeuw voor Nederland, gelden de ramingen van het KNMI van 35 tot 85 centimeter per eeuw. Daarbij lijkt het verstandig om rekening te houden met een stijging van rond de 85 centimeter, ervan uitgaande dat het niet vanzelfsprekend is dat op afzienbare termijn op wereldschaal een sterke reductie van de broeikasgasemissies tot stand zal komen. Tevens is het van belang te onderkennen dat ook na 2100 de zeespiegel verder zal stijgen. Volgens het KNMI zal in het jaar 2300 de zeespiegel met 1 tot 2,5 meter gestegen zijn ten opzichte van 1990 (KNMI, 2006). Laatste update: 28 juni 2011 Meer lezen: » KNMI Achtergrondinformatie zeespiegelstijging
» KNMI Toelichting op het IPCC klimaatrapport (zeespiegelstijging) Referenties:
Church, J. A. and N.J. White (2011): Sea-Level Rise from the Late 19th to the Early 21st Century. Surv Geophys, DOI 10.1007/s10712-011-9119-1. Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC), Fourth Assessment Report, Working Group 1, 2007, Technical Summary (TS).
Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC), Fourth Assessment Report, Working Group 1, 2007, Summary for Policymakers (SPM).
Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC), Special Report on Emissions Scenarios, 2000.
Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI), 2006, Klimaatscenario’s zeespiegelstijging.
Milieu- en Natuurplanbureau (MNP),2007 , NL Later. Tweede Duurzaamheidsverkenning - deel Fysieke leefomgeving Nederland. Milieu- en Natuurplanbureau, Bilthoven.
WL | Delft Hydraulics, 2007, Overstromingsrisico’s in Nederland in een veranderend klimaat.
Adviescommissie Financiering Primaire Waterkeringen, 2006, Tussensprint naar 2015. Advies over de financiering van de primaire waterkeringen voor de bescherming van Nederland tegen overstroming. Klimaatcentrum VU, Amsterdam.
|