Zoek >>
   Home > Vraag & antwoord > over mitigatie > Is het Kyoto Protocol een grote inspanning voor bijna niets?


Veel gestelde vragen over mitigatie
 
 
Is het Kyoto Protocol een grote inspanning voor bijna niets?
 
Op zich is het correct dat het Kyoto Protocol nog weinig effect zal hebben op het beperken van de mondiale temperatuurstijging. Maar het Protocol heeft die ambitie helemaal niet. Het is de eerste, door de deelnemers gezien als een noodzakelijke, stap van een veel langer durend traject. Het gaat in die eerste fase (tot 2012) om een wettelijk goed werkend raamwerk met internationaal vastgelegde afspraken over o.a. het bijhouden van emissiereducties, het creëren van economische instrumenten voor kostenefficiënte emissiereducties en het realiseren van de eerste stap om de groeiende emissies af te remmen.
 
Wat is er afgesproken?
In Kyoto is overeengekomen dat de industrielanden hun uitstoot in de periode 2008 – 2012 met gemiddeld 5,2 procent moeten verminderen ten opzichte van 1990 (tabel 1). Het gaat om de broeikasgassen kooldioxide (CO2), methaan (CH4), lachgas (N2O) en een aantal fluorverbindingen (HFK's, PFK's en SF6). Deze verschillende gassen hebben niet allemaal een even sterk broeikaseffect. Daarom wordt de bijdrage van elk gas omgerekend naar dezelfde hoeveelheid CO2 met een vergelijkbaar broeikaseffect (de CO2-equivalenten). Op die manier wordt landen de keus gelaten hoeveel ze van elk gas willen reduceren. Verder is gekozen voor een periode van vijf jaar in plaats van een doelstelling voor een doeljaar. Dit geeft landen meer flexibiliteit in het halen van hun doelstellingen. Hoeveel moet worden gereduceerd (de reductiepercentages) verschilt van land tot land. Japan moet bijvoorbeeld zes procent terug in zijn uitstoot en de (voormalige vijftien) landen van de Europese Unie acht procent (alle percentages zijn ten opzichte van de uitstoot in 1990). Door gebruik te maken van de mogelijkheid om als groep een gezamenlijke doelstelling te realiseren, heeft de EU vervolgens emissiereducties voor elke lidstaat vastgelegd. Deze percentages lopen ver uiteen: Luxemburg moet zijn uitstoot met 28% verminderen terwijl Portugal zijn uitstoot met 27% mag laten stijgen. Nederland moet 6% minder uitstoten, België 7,5%. De ontwikkelingslanden hebben onder het Kyoto Protocol (vooralsnog) geen reductieverplichtingen.
 
Tabel 1: Relatieve en absolute doelstellingen van het Kyoto Protocol. Annex 1 landen bestaan uit de toenmalige lidstaten van de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling), enkele lidstaten van de voormalige Sovjet Unie en de meeste Midden- en Oost Europese landen. De overige partijen in het Klimaatverdrag zijn automatisch de niet-Annex 1 landen (ook wel Annex 2 landen genoemd).
Tabel 1: Relatieve en absolute doelstellingen van het Kyoto Protocol. Annex 1 landen bestaan uit de toenmalige lidstaten van de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling), enkele lidstaten van de voormalige Sovjet Unie en de meeste Midden- en Oost Europese landen. De overige partijen in het Klimaatverdrag zijn automatisch de niet-Annex 1 landen (ook wel Annex 2 landen genoemd).
 
Wereldwijde kosten van het Kyoto Protocol
Kostenschattingen van het Kyoto Protocol lopen ver uiteen omdat deze van vele (onbekende) factoren afhankelijk zijn. In het derde rapport van het IPCC (IPCC, 2001, blz. 514-537) zijn de kosten van het Kyoto Protocol geschat op basis van een studie van Weyant (1999), gebruik makend van 12 macro-economische modellen. In het scenario dat het minst ongunstig uitpakt lopen de macro-economische kosten voor 2010 uiteen van 89 tot 670 miljard dollar (uitgedrukt in dollars van 2000) met een gemiddelde van 380 miljard (=bijna 1,3% van het huidige Bruto Mondiaal Product). In dit ongunstige scenario is uitgegaan van het feit dat de Verenigde Staten zouden meedoen en dat er geen handel in emissie-rechten toegestaan zou worden.
In het scenario waarbij wel emissiehandel toegestaan wordt binnen de Annex 1 landen (hetgeen reëel is), daalt de range naar 53 tot 263 miljard dollar met een gemiddelde van 152 miljard. Wordt wereldwijde handel toegestaan, dan daalt het bedrag voor 2010 verder naar 12 tot 184 miljard met een gemiddelde van 73 miljard.
 
Ten tijde van bovengenoemde studie was nog niet bekend dat de VS niet mee zouden doen. In het laatste rapport van IPCC (IPCC, 2007) wordt geschat dat de macro-economische kosten, zonder deelname van de VS en zonder dat Rusland en de Oekraïne gebruik maken van hun overtollige emissierechten, ongeveer 0,03% zullen zijn van het inkomen van de ‘Annex B’ landen*. Dit komt neer op ongeveer 10 miljard dollar. Zonder emissiehandel zouden de kosten uitkomen op ongeveer 30 miljard dollar in 2010.
 
Kosten van het Kyoto Protocol voor Europa
De kosten hangen af van onzekere factoren zoals de toekomstige ontwikkeling van de economie, de toekomstige energievraag en de wijze waarop de handel in emissierechten wordt ingevuld. Tevens is er een overschot aan emissieruimte, omdat de emissies van zowel Rusland als de Oekraïne voorlopig veel lager blijven dan hun doelstellingen en deze landen dus grote hoeveelheid zogenaamde ‘hete lucht’ (hot-air) in de vorm van emissierechten of CO2-rechten kunnen aanbieden. Zonder beperking van dit aanbod aan hot-air blijft de prijs van emissierechten zeer laag. Doordat de VS niet mee doet aan het Kyoto Protocol zijn er tevens minder ‘kopers’ op de markt, waardoor de prijs van emissierechten nog eens extra onder druk komt te staan.
 
Het is echter waarschijnlijk dat Rusland en de Oekraïne hun ‘hete lucht’ opsparen. In dat geval zal de prijs hoger liggen. Als ervan wordt uitgegaan dat deze landen hun aanbod sterk beperken (om hun inkomsten in de eerste budgetperiode te maximaliseren), zal de marktprijs van emissierechten naar verwachting rond de 4 -11 euro per ton CO2 (equivalent) komen te liggen (Lucas et al., 2005). Zelfs als de prijs 33 euro zou zijn, zouden de totale implementatiekosten in 2010 voor de 25 landen van de EU (EU-25) liggen op zo’n 6,5 miljard euro. Dit komt overeen met ongeveer 0,05% van het nationaal inkomen van de EU-25 in 2010. In een andere studie (Bollen, 2004) zijn de macro-economische gevolgen van de implementatie van het Kyoto Protocol voor de EU-15 verkend. Verwacht wordt dat door de uitvoering van het Kyoto Protocol het nationaal inkomen in 2010 ongeveer 0,1% tot 0,3% lager zal uitvallen. In deze studie zijn de berekende effecten op het nationaal inkomen wat groter dan de directe kosten. Dit komt door de ongunstige neveneffecten van de directe kosten op de rest van de economie. Daarnaast wordt een hogere marktprijs voor emissierechten veroorzaakt door het feit dat alleen reducties voor CO2 zijn verondersteld. In de praktijk zal een belangrijk deel van de reducties ook andere broeikasgassen betreffen, die vaak goedkoper kunnen worden verminderd (Lucas et al., 2005).
 
Kosten voor Nederland
In het algemeen liggen de kosten voor Nederland iets hoger dan voor Europa. Dit wordt veroorzaakt door het relatief grote aandeel van de energie-intensieve industrie in de Nederlandse economie en het (reeds) grote aandeel van gas in de energievoorziening. Het nationaal inkomen in 2010 wordt maximaal 0,4% lager geschat door de implementatie van Kyoto (Bollen et al., 2004). Het absolute bedrag komt neer op 600 tot 700 miljoen Euro per jaar. De economische effecten voor afzonderlijke sectoren kunnen echter aanzienlijk groter zijn, tot enkele procenten. Alle berekeningen gaan uit van een optimaal werkend systeem van emissiehandel. Wanneer het systeem niet optimaal werkt of wanneer er aan het gebruik ervan beperkingen worden gesteld, worden de kosten hoger. Met name Nederland is binnen de Europese Unie gebaat bij een efficiënt werkend systeem van emissiehandel zonder dat daar beperkingen aan worden gesteld.
 
Grote emissiereducties noodzakelijk na 2012
De onderhandelingen over de vervolgfase, die begint vanaf 2012, zijn in volle gang. Afhankelijk van de gewenste zekerheid over het halen van de 2°C doelstelling, zijn in 2050 wereldwijd reducties noodzakelijk in de orde van 0%-40% voor 550 ppm en 25-60% voor 450 ppm (figuur 1). Deze reducties zijn afgemeten aan de uitstoot in 1990. Echter, in de praktijk is de trend sinds 1990 nog steeds een groei van de wereldwijde emissies. Vergeleken met een baseline, waarin de emissies stijgen van circa 30 miljard ton CO2-equivalent in 2000 tot 50 miljard ton in 2050 en 70 miljard ton in 2100, zijn de benodigde reducties groter. De ombuiging om tot stabilisatie (450 ppm) te komen bedraagt dan al ongeveer 10-30% reductie in 2020 en 60-80% reductie in 2050. De broeikasgasconcentratie in het baselinescenario is in 2100 ten opzichte van het huidige niveau (circa 430 ppm CO2-equivalent op basis van de broeikasgassen CO2, CH4 en N2O) meer dan verdubbeld (meer dan 900 ppm CO2-eq.) en groeit daarna nog door.

M_faq35_fig1 - faq35_M_fig1.jpg 
Figuur 1: Benodigde wereldwijde reducties van broeikasgassen om te komen tot stabilisatie: ten opzichte van de emissies in 1990 en ten opzichte van de baseline.
Bron: MNP, 2006.
 
Bovenstaande reducties hebben alleen kans van slagen als ook een aantal grote landen zoals de VS, India, China en Brazilië ingrijpende maatregelen nemen om de broeikasemissies te beperken. Ontwikkelingslanden zijn echter beducht voor het feit dat verplichting tot uitstootbeperking hun economische groei zal afremmen en stellen dat zij tot op heden nog nauwelijks hebben bijgedragen aan de huidige hoge concentratie van CO2 in de atmosfeer. Zij achten het daarom logisch dat alléén de industrielanden (oftewel de Annex-1 landen), inclusief de VS, nieuwe afspraken maken voor emissiereducties na 2012. De industrielanden kijken hier uiteraard anders tegenaan en dit onderwerp zal bij komende onderhandelingsrondes dan ook hoog op de agenda blijven staan.
 
*VOETNOOT:
Annex B-landen: landen met een bindende limiet van hun emissies in de periode 2008-2012, zoals voorgeschreven in het Kyoto Protocol. Dit zijn dezelfde landen als de Annex I-groep (onderschrift figuur 1), behalve Turkije en Wit-Rusland, die geen emissielimiet hebben. Daarnaast hebben de VS en Australië besloten het Protocol in een later stadium niet te ratificeren, maar daarmee blijven ze echter wel Annex-B landen.
 
Laatste update: 16 november 2007
 
 
 
 
 
 
 
 
top.gif 
Portaal Login