Zoek >>
   Home > Bespreking boek Marcel Crok > Hoofdstuk 4 > Koeling door aerosolen


Is de koeling door aerosolen zeer klein?

Op pagina 118 van het boek van Crok staat dat het opwarmende effect van roet (een warmte-absorberend aerosol) sterker is dan in het IPCC rapport vermeld is, en dat het afkoelende effect van aerosolen via wolken zo goed als nul is. Ter onderbouwing van het eerste punt worden slechts twee studies aangehaald die bovendien eenzijdig worden geïnterpreteerd. Zo wordt een artikel van Ramanathan (2008) uit Nature Geoscience geciteerd over de sterk opwarmende effecten van roet, maar daarbij wordt niet vermeld dat Ramanathan het koelende effect van de andere componenten van de aerosolen naar boven bijstelde, waardoor er volgens deze studie nauwelijks effect is op het geschatte netto effect door aerosolen. De tweede studie, die door Crok wordt aangehaald is Myhre (2009) uit Science. Hierin wordt het directe effect van aerosolen (inclusief roet) naar beneden bij gesteld, maar dit was slechts met 0,2 W/m2 ten opzichte van de totale stralingsforcering van 1,6 W/m2 (met een spreiding van 0,6 tot 2,4) zoals die door het IPCC is ingeschat (IPCC, 2007)

En ten slotte wordt gesteld op basis van een interview met de klimaatwetenschapper Greame Stephens dat satellietgegevens aantonen dat het indirecte effect van aerosolen, via hun effect op wolkenvorming, nihil is. Maar er zijn ook studies te noemen die juist laten zien dat het klimaateffect van aerosolen te laag wordt ingeschat (Ruckstuhl, 2009, JGR; Dwyer, 2010, JGR).

Dezelfde onderzoeker die Crok aanhaalt om een netto aerosolforcering van nul te onderbouwen, Ramanathan, heeft een zelfde type berekening uitgevoerd in een andere studie, maar met een andere conclusie (Ramanathan en Feng, 2008): Uitgaande van de IPCC schatting voor klimaatgevoeligheid van 3 °C (2 tot 4.5 °C) per CO2 verdubbeling berekent hij een verwachte huidige opwarming op basis van alleen de broeikasgassen (inclusief ozon) van 2.4 °C (1.6 tot 3.6 °C). De trend in de oceaan warmte-inhoud berekent hij op 0.6 W/m2, wat volgens dezelfde klimaatgevoeligheid overeenkomt met ~0.5°C aan overtollige warmte die in de oceanen is opgeslagen. Op basis van verschillende gegevens schat Ramanathan de netto aerosolforcering op -1.4 W/m2 (iets sterker negatief dan vermeld als beste waarde in het laatste IPCC rapport), hetgeen overeenkomt met een afkoeling van -1.2 °C (-0.4 tot -2 °C). Het netto verwachte effect is dus 2.4 °C – 1.2 °C – 0.5 °C = 0.7 °C wat vrijwel exact overeenkomt met de waargenomen mondiale opwarming (zie SkepticalScience voor een vergelijkbare berekening)

Een andere belangrijke aanwijzing dat het koelende effect van aerosolen wel degelijk substantieel is, is bijvoorbeeld de gemeten afkoeling in de maanden en jaren na een grote vulkaanuitbarsting. Hierbij worden soms grote hoeveelheden aerosolen (stof) in de hogere luchtlagen (de stratosfeer) geïnjecteerd die daar gedurende enkele jaren kunnen blijven hangen alvorens weer op aarde terug te vallen of uit te regenen. Ook zogenaamde “shiptracks” (sporen die verbrandingsgassen door schepen achterlaten in lage bewolking, zie afbeelding) laten zien dat – in ieder geval op lokaal niveau - aerosolen een sterke invloed hebben op de reflectie van wolken. Metingen aan wolken hebben bevestigd dat dit proces ook op grote schaal plaatsvindt, al zijn vanwege de grote heterogeniteit van wolken en aerosolen voor de schatting van het wereldwijde effect ervan modelsimulaties of satellietgegevens nodig.


  R5a figuur 1 - R5A figuur 1.JPG
Deze afbeelding toont “Shiptracks” in de Golf van Biskaje, die laten zien dat aerosolen de reflectie van wolken kunnen beïnvloeden.

De schattingen uit de recente literatuur moeten gezien worden als puzzelstukjes die aan de bestaande kennisbasis worden toegevoegd. Al deze studies tezamen geven een beeld van de onzekerheidsmarges van de aerosolforcering. Crok heeft de neiging om in de bestaande literatuur selectief te werk te gaan: alleen een klein aantal studies (en een interview) die zijn argument van een minimale aerosolforcering ondersteunen worden in zijn boek aangehaald.

Hierbij is het belangrijk nogmaals te benadrukken dat de spreiding die het IPCC hanteert voor de koelende werking van aerosolen zeer groot is: namelijk van -0.4 tot -2.7 W/m2. Een gering koelend effect wordt dus niet uitgesloten. Bovendien werkt deze grote onzekerheid direct door in de grote spreiding in de klimaatgevoeligheid zoals gerapporteerd door IPCC (zie afbeelding).

De neiging om in te zoomen op één artikel of één oorzaak vinden we ook terug als Crok stelt dat het Zuidelijk halfrond sneller zou hebben moeten opwarmen dan het Noordelijk halfrond, vanwege de hogere concentratie aan koelende aerosolen in het (geïndustrialiseerde) Noorden. Hierbij gaat hij voorbij aan het feit dat het Zuidelijk halfrond langzamer opwarmt omdat dit voornamelijk bestaat uit oceanen, die bovendien diepe menglagen hebben (zoals de Zuidelijke Oceaan).

In de meeste klimaatmodellen, die geanalyseerd zijn in het vierde IPCC rapport, is de indirecte aerosol forcering buiten beschouwing gelaten. Het wel meenemen van schattingen van het indirecte effect zou juist een grotere klimaatgevoeligheid behoeven om nog steeds met de gemeten opwarming overeen te komen. Gebaseerd op de goede overeenkomst tussen model simulaties en de gemeten opwarming argumenteren Knutti and Hegerl (2008) dat de gangbare schattingen van het indirecte effect wellicht aan de hoge kant zijn, omdat anders de klimaatgevoeligheid fors hoger zou moeten zijn dan verwacht.

Een interessante observatie is ten slotte dat Crok’s visie op aerosolen tegenovergesteld is aan die van een Internationaal toonaangevend sceptisch document van het NIPCC (Nongovernmental International Panel on Climate Change, dat zichzelf tracht te positioneren als sceptische tegenhanger van het IPCC). In hun rapport uit 2009 staat geschreven op pagina 3 dat ‘The IPCC dramatically underestimates the total cooling effect of aerosols’. Het NIPCC meent dat de uitstoot van aerosolen door verdergaande industrialisatie en door natuurlijke factoren zullen blijven toenemen, en ons dus beschermen tegen klimaatverandering. De conclusie van Crok (er is geen klimaatprobleem) is dezelfde als dat van het NIPCC rapport, maar beide argumentaties op dit cruciale punt staan lijnrecht tegenover elkaar. Voor een verdere uitwerking van dit punt, zie SkepticalScience.

Kort samengevat: de aarde is ongeveer net zo veel opgewarmd als verwacht, maar binnen de onzekerheden is er veel speling in deze getallen. De onzekerheid, die vooralsnog aan de huidige aerosolforcering verbonden is, geeft geen scherper beeld van de klimaatgevoeligheid dan in het IPCC rapport vermeld staat.

Portaal Login