|
|
Historische ontwikkeling klimaat
Rob van Dorland (KNMI)
Het wereldgemiddelde klimaat zegt iets over de toestand van onze planeet. De planeet aarde kent sinds haar geboorte, zo'n vijf miljard jaar geleden, grote en kleine klimaatveranderingen. In feite vormen klimaatschommelingen een normaal onderdeel van het aarde- atmosfeersysteem. Zo was het ten tijde van de dinosauriërs, dat 65 miljoen jaar geleden abrupt eindigde, veel warmer op aarde. Sindsdien is de aarde langzaam aan het afkoelen. Circa 35 miljoen jaar geleden werd de ijskap van Antarctica gevormd. Vanaf vier miljoen jaar geleden kwam op het noordelijke halfrond ook de vorming van grote hoeveelheden landijs op gang. Dit resulteerde vanaf drie miljoen jaar geleden regelmatig in het optreden van ijstijden.
Glacialen en interglacialen
Zo'n 140.000 jaar geleden was Noord-Europa bedekt met een ijskap die zich tot aan de Utrechtse heuvelrug uitstrekte. De zeespiegel lag zo'n 120 meter onder het huidige niveau. Na het verstrijken van deze ijstijd steeg de temperatuur in het Eemien, het interglaciaal van 125.000 jaar geleden, tot circa 1,5 graden boven het huidige niveau Daarna volgde een nieuwe IJstijd, die bijna 100.000 jaar duurde. Zo'n 18.000 jaar geleden begon een snelle opwarming naar de warmere periode waarin we nu leven. IJskerndata en diepzee sedimentgegevens tonen dat in de overgang van de laatste ijstijd naar het huidige interglaciaal verschillende snelle klimaatveranderingen zijn opgetreden (de zogeheten Dansgaard-Oeschger en Heinrich gebeurtenissen). Dit geldt in het bijzonder voor het Noord Atlantisch gebied, maar er zijn ook aanwijzingen voor wereldwijde synchrone klimaatveranderingen. Waarschijnlijk hing dit allemaal samen met de abrupte instroom van grote hoeveelheden smeltwater vanuit Noord Amerika in de Atlantische Oceaan, waardoor de Warme Golfstroom ermee ophield. Het gevolg was ijzige kou in Europa met perioden waarin de ijsbedekking weer kon uitbreiden.
Ongeveer 12000 jaar geleden, na de laatste ijstijd, bereikte de wereldgemiddelde temperatuur het huidige niveau van 15șC. Sindsdien zijn er talrijke kleinere temperatuurschommelingen geweest. Voorbeelden hiervan zijn de warme middeleeuwen en de kleine ijstijd rond 1600, waarin de temperatuur waarschijnlijk zo'n 0,4 tot 0,8 șC lager uitviel.
Ontwikkelingen sinds de 20ste eeuw
Een aantal feiten wijzen op een significante opwarming van het wereldwijde klimaat:
- Stijging van de wereldgemiddelde temperatuur van 0,6 °C in de loop van de 20e eeuw
- Gemiddelde zeespiegelstijging van 10 tot 20 cm
- Afname van sneeuw- en ijsdekking op aarde
- Toename neerslaghoeveelheid op gematigde en hogere breedte
- Daling van neerslaghoeveelheid in de subtropen
- Wereldwijde toename van de lengte van het groeiseizoen
In het onderstaande figuur is te zien dat een dergelijke opwarming zich in de laatste 1000 jaar waarschijnlijk niet eerder heeft voorgedaan
Figuur: Vier reconstructies van de gemiddelde temperatuur op het noordelijk halfrond in de afgelopen 1000 jaar. Het grijze gebied geeft de onzekerheid aan in de meest geavanceerde reeks (zwarte getrokken lijn). (bron: Third Assessment Report, IPCC)
|
|