|
Kilimanjaro dankt sneeuwmuts aan natte periode 11.000 jaar geleden
22 december 2009
De smeltende sneeuwmuts van de Kilimanjaro heeft zijn bestaan niet alleen te danken aan kou, maar vooral aan de grote hoeveelheid neerslag die viel aan het begin van het Holoceen, zo'n 11.000 jaar geleden. Het regelmatig smelten van de ijskap op de hoogste berg van Afrika blijkt onderdeel van een natuurlijk proces van droge en natte perioden, en is dus niet alleen het resultaat van milieuschade die de mens aanricht. Dat blijkt uit onderzoek van Spinozawinnaar Jaap Sinninghe Damsté, dat op 3 december werd gepubliceerd in het toonaangevende tijdschrift Nature.
Kratermeer als informatiebron
Moleculair paleontoloog Sinninghe Damsté bestudeerde een boorkern uit het meer Challa in Kenia. Dit kratermeer ligt op de flank van de Kilimanjaro. Samen met een groep Europese onderzoekers probeerde hij te achterhalen hoeveel van het materiaal in de boorkern uit het meer zelf kwam, en hoeveel er door regen het meer in is gespoeld.
Periode met hevige moessons
Door te kijken naar de verhouding tussen de stoffen van binnen en buiten het meer, kon Sinninghe Damsté een gedetailleerde reconstructie maken van de veranderingen in de hoeveelheid neerslag van de laatste 25.000 jaar. Uit de metingen bleek dat dit gedeelte van Afrika vaker te maken heeft met een periode van zware moessonregens. Doordat de Kilimanjaro dichtbij de evenaar ligt, is er ongeveer eens in de 11.500 jaar een periode van hevige moessons, in gebieden verder van de evenaar komt zo'n intensieve moessontijd maar eens in de 23.000 jaar voor.
Van heel droog naar heel nat
De Jonge Drias (van 12.800 tot 11.500 jaar geleden) springt er uit als een extreem droge periode. Vijf jaar geleden ontdekten Amerikaanse wetenschappers al dat de Kilimanjaro in deze periode ijsvrij was. Damsté ontdekte dat aan het eind van de Jonge Drias een drastische klimaatomslag plaatsvond - van heel droog naar heel nat. Daardoor nam de sneeuwval op de top enorm toe en werd de Kilimanjaro opnieuw bedekt onder een dikke laag ijs.
Oorzaak variatie moessons
Wereldwijde klimaatvariaties worden op lange termijn (duizenden tot tienduizenden jaren) voornamelijk gestuurd door veranderingen in de hoeveelheid inkomende zonnestraling. Doordat de aardas een waggelende beweging maakt, krijgt elk gebied niet altijd dezelfde hoeveelheid zonnestraling. Juist rond de evenaar is variatie in straling erg groot, en dat is weer van invloed op de intensiteit van de moessonregens. Het gevolg is dat equatoriaal Oost-Afrika twee keer zo vaak te maken heeft met hevige regenperiodes en tijden van extreme droogte. Afrika lijkt nu aan het einde te komen van zo'n droge periode, waardoor de ijskap dus ook logischerwijs een flink stuk gesmolten is.
Vals klimaaticoon
Al Gore gebruikte de smeltende ijskap van de Kilimanjaro in zijn film 'An Inconvenient Truth' als bewijs voor het opwarmen van de aarde door menselijke uitstoot van broeikasgassen. Die keuze blijkt dus niet erg gelukkig. Het smelten van de sneeuwmuts is volgens Damsté niet alleen de schuld van de mens. Het onderzoek laat zien dat ook natuurlijke klimaatvariaties grote gevolgen hebben.
Misinterpretatie
Na het uitkomen van de publicatie is gebleken dat sommige media dit bericht hebben geïnterpreteerd als direct bewijs dat de boodschap van Al Gore in 'An Inconvenient Truth' onjuist is.
Sinninghe Damsté hecht eraan te verklaren dat dit niet klopt. 'De Kilimanjaro is slechts één van de vele voorbeelden in de film. Ik ben het volledig eens met Al Gore dat een toename van de uitstoot van CO grote gevolgen zal gaan hebben voor de opwarming van de aarde en dat we dus actief CO2-uitstoot moeten terugdringen. Onderzoek, onder andere van onze groep, heeft laten zien dat in geologische tijden met een hoog CO2-gehalte oceanen behoorlijk veel warmer geweest zijn. Ik maak me serieus zorgen over waar het met de aarde naar toe gaat. Ons onderzoek heeft alleen laten zien dat grote natuurlijke veranderingen in neerslag in het verleden een belangrijke rol in het aangroeien en afsmelten van de ijskap hebben gespeeld. Over de oorzaak van het huidige afsmelten kan het geen uitspraak doen. Op basis van recente studies spelen zowel verhoogde sublimatie als minder neerslag een rol, maar is de recente trend van minder en onregelmatige neerslag in die regio waarschijnlijk deels ook een gevolg van antropogene klimaatverandering. Die invloed van regenval sluit goed aan bij onze bevindingen gepubliceerd in Nature.'
Kader onderzoek
Moleculair paleontoloog Jaap Sinninghe Damsté, werkzaam op de Universiteit Utrecht en het NIOZ, gebruikt fossiele chemische stoffen om in het verleden te kunnen kijken. Samen met een groep Europese onderzoekers uit Nederland, België, Duitsland en Denemarken onderzocht hij de boorkern uit het meertje Challa. Dit onderzoek maakt deel uit van het ESF-project Challacea dat mede door NWO gefinancierd is. Jaap Sinninghe Damsté ontving in 2004 de Spinozapremie van NWO.
|