|
Klimaatscenario's
Rob van Dorland en Janette Bessembinder (KNMI)
Scenario's voor het toekomstige mondiale klimaat
Binnen de beperkingen van de wetenschappelijke kennis over het klimaatsysteem heeft het IPCC in zijn vierde klimaatrapport (2007) het volgende beeld geschetst van de ontwikkelingen van het mondiale klimaat en broeikasgasemissies in de 21e eeuw:
De wereldgemiddelde temperatuur zal in de periode 1990-2100 verder stijgen met 1,1 tot 6,4 °C. De bovengrens is van dezelfde orde als de natuurlijke temperatuurtoename sinds de laatste ijstijd, die zich over een veel langere periode van ongeveer 20.000 jaar heeft voorgedaan.
Fig. 1 Het mondiale klimaat in de 21e Eeuw. Bron: IPCC, 2001 (Summary of policy makers).
De temperatuurtoename boven de continenten van het noordelijk halfrond zal sterker zijn dan boven zee. De waterkringloop intensiveert waardoor er wereldgemiddeld gezien meer en heviger neerslag wordt verwacht. Die toename zal vermoedelijk vooral plaatsvinden op de gematigde breedten, terwijl in de subtropen juist een afname wordt voorzien. Deze veranderingen gaan gepaard met toenemende jaarlijkse verschillen.
Volgens het IPCC (2007) zal de zeespiegel gedurende de 21e eeuw wereldwijd met 18 tot 59 centimeter stijgen ten opzichte van het niveau van 1990, als gevolg van de uitzetting van het zeewater, het smelten van gletsjers en kleine ijskappen, en het gestage slinken van de grote ijskappen op Groenland en Antarctica.
Op sommige plaatsen is de afkalving aan de randen van de Groenlandse en de West-Antarctische ijskap de laatste jaren sterk toegenomen. Als deze versnelde afkalving doorzet in de 21e eeuw, stijgt de zeespiegel met nog 10 tot 20 centimeter extra. Op dit moment is niet in te schatten hoe groot de kans is dat de trend inderdaad doorzet. Oceanen en ijskappen reageren erg traag op veranderingen in de atmosfeer. Daarom zal de zeespiegelstijging nog eeuwen doorzetten, zelfs als de temperatuur na 2100 niet meer zou stijgen. Alleen al door de uitzetting van het zeewater zal het zeeniveau in 2300 ongeveer 30 tot 80 centimeter hoger zijn dan in de 20e eeuw.
Het Europese klimaat in de 21e eeuw
De gemiddelde temperatuur in Europa zal vermoedelijk iets sterker toenemen dan het wereldgemiddelde. De kans op hittegolven neemt toe, de kans op vorstdagen neemt af. In de Scandinavische landen zal de wintertemperatuur waarschijnlijk veel sterker stijgen dan het wereldgemiddelde. In Zuid-Europa lijken juist de zomertemperaturen omhoog te gaan. De zeespiegelstijging voor West-Europa kan iets afwijken van het wereld-gemiddelde, en voor Nederland moet men ook nog rekening houden met een bodemdaling, vanwege inklinking van de veengronden.
Het grillige karakter van neerslag maakt uitspraken over toekomstige ontwikkelingen onzeker. Er is een redelijke wetenschappelijke overeenstemming dat de winterneerslag in Noord-Europa zal toenemen, met name in Scandinavië, maar ook op lagere breedtegraden. In de zomer is de neerslagverandering onzeker.
In Zuid-Europa kan de neerslag afnemen. Er wordt een toename van zware neerslag verwacht. In de zomer zal de verdamping meer toenemen dan de neerslag, terwijl in de winter de toename van neerslag de overhand heeft. De kans op zomerdroogte neemt toe, met name in Zuid-Europa.
KNMI'06 klimaatscenario's voor Nederland
Eind mei 2006 heeft het KNMI vier nieuwe klimaatscenario's voor Nederland gepresenteerd (Figuur 2 en Tabel 1). Ze vervangen de scenario's die in 2000 zijn opgesteld voor de Commissie Waterbeheer 21e eeuw (WB21).
Fig.2 Schematisch overzicht van de vier KNMI'06 klimaatscenario's
Legenda voor de KNMI'06 klimaatscenario's voor Nederland:
| Code |
Naam |
Toelichting |
| G |
Gematigd |
1°C temperatuurstijging op aarde in 2050 t.o.v. 1990
geen verandering in luchtstromingspatronen West Europa |
| G+ |
Gematigd + |
1°C temperatuurstijging op aarde in 2050 t.o.v. 1990
+ winters zachter en natter door meer westenwind
+ zomers warmer en droger door meer oostenwind |
| W |
Warm |
2°C temperatuurstijging op aarde in 2050 t.o.v. 1990
geen verandering in luchtstromingspatronen West Europa |
| W+ |
Warm + |
2°C temperatuurstijging op aarde in 2050 t.o.v. 1990
+ winters zachter en natter door meer westenwind
+ zomers warmer en droger door meer oostenwind |
Voor de nieuwe scenario's zijn recente uitkomsten geanalyseerd van een groot aantal computermodellen, die wetenschappers gebruiken om de menselijke invloed op het wereldwijde en regionale klimaat te onderzoeken. Met de nieuwe analyses is de samenhang tussen de wereldwijde opwarming, veranderingen in de luchtstroming boven West Europa en klimaatverandering in Nederland systematisch in kaart gebracht. Het is voor het eerst dat dit gedaan is door de uitkomsten van een scala aan mondiale en regionale klimaatmodellen en meetreeksen te combineren.
Tabel 1. Klimaatverandering in Nederland rond 2050 ten opzichte van het basisjaar 1990 volgens de vier KNMI'06 klimaatscenario's. Het klimaat in het basisjaar 1990 is beschreven met gegevens van 1976 tot en met 2005. Onder "winter" wordt hier verstaan december, januari en februari, "zomer" staat gelijk aan juni, juli en augustus.
| 2050 |
|
G |
G+ |
W |
W+ |
| Wereldwijde temperatuurstijging |
+1°C |
+1°C |
+2°C |
+2°C |
| Verandering in luchtstromingspatronen in West Europa |
nee |
ja |
nee |
ja |
| Winter |
gemiddelde temperatuur |
+0,9°C |
+1,1°C |
+1,8°C |
+2,3°C |
| |
koudste winterdag per jaar |
+1,0°C |
+1,5°C |
+2,1°C |
+2,9°C |
| |
gemiddelde neerslaghoeveelheid |
+4% |
+7% |
+7% |
+14% |
| |
aantal natte dagen 0,1 mm) |
0% |
+1% |
0% |
+2% |
| |
10-daagse neerslagsom die eens in de 10 jaar wordt overschreden |
+4% |
+6% |
+8% |
+12% |
| |
hoogste daggemiddelde windsnelheid per jaar |
0% |
+2% |
-1% |
+4% |
| Zomer |
gemiddelde temperatuur |
+0,9°C |
+1,4°C |
+1,7°C |
+2,8°C |
| |
warmste zomerdag per jaar |
+1,0°C |
+1,9°C |
+2,1°C |
+3,8°C |
| |
gemiddelde neerslaghoeveelheid |
+3% |
-10% |
+6% |
-19% |
| |
aantal natte dagen 0,1 mm) |
-2% |
-10% |
-3% |
-19% |
| |
dagsom van de neerslag die eens in de 10 jaar wordt overschreden |
+13% |
+5% |
+27% |
+10% |
| |
potentiële verdamping |
+3% |
+8% |
+7% |
+15% |
| Zeespiegel |
absolute stijging |
15-25 cm |
15-25 cm |
20-35 cm |
20-35 cm |
In elk scenario komen een aantal kenmerken van de klimaatverandering in Nederland en omgeving naar voren:
- de opwarming zet door; hierdoor komen zachte winters en warme zomers vaker voor;
de winters worden gemiddeld natter en ook de extreme neerslaghoeveelheden nemen toe;
- de hevigheid van extreme regenbuien in de zomer neemt toe, maar het aantal zomerse regendagen wordt juist minder;
- de berekende veranderingen in het windklimaat zijn klein ten opzichte van de natuurlijke grilligheid;
- de zeespiegel blijft stijgen.
- In de KNMI'06 scenario's zijn zowel de wereldwijde temperatuurstijging als ook de mogelijke verandering in luchtstromingspatronen gebruikt voor de indeling van de scenario's;
- Het "lage" WB21 scenario is vervallen;
- In de KNMI'06 scenario's is de temperatuurstijging in Nederland niet meer gelijk aan de wereldwijde temperatuurstijging;
- De hevige neerslag in de winter neemt in de KNMI'06 scenario's minder toe dan in de WB21 scenario's, in de zomer is het omgekeerde het geval.
Deze klimaatscenario's kunnen gebruikt worden voor verkennende studies van de gevolgen van klimaatverandering voor Nederland en omgeving, als basis voor adaptatiestudies, maar ook als basis voor beleid.
IPCC scenario's en KNMI'06 scenario's
De wereldbeelden van het IPCC kunnen niet 1 op 1 aan de KNMI klimaatscenario's worden gekoppeld. Onzekerheid over toekomstige emissies van broeikasgassen en stofdeeltjes veroorzaakt slechts een klein deel van de verschillen tussen de KNMI klimaatscenario's voor 2050. De grootste onzekerheid is te wijten aan verschillen in modelberekeningen ten gevolge van de beperkte kennis van het klimaatsysteem.
Grofweg kan wel worden gezegd dat de G en G+ scenario's beide beter passen bij de wereldbeelden B1 en B2, terwijl de W en W+ scenario's beide beter passen bij de wereldbeelden
A1 en A2.
Referenties
ECA, 2002. European Climate Assessment , eca.knmi.nl
IPCC, 2001. The Third Assessment Report.
KNMI, 2003. De toestand van het klimaat in Nederland, Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut, De Bilt.
KNMI, 2006. Klimaat in de 21e eeuw: 'vier scenario's voor Nederland'. Brochure. Hurk, B. van den, A. Klein Tank, G. Lenderink, A. van Ulden, G.J. van Oldenborgh, C. Katsman, H. van den Brink, F. Keller, J. Bessembinder, G. Burgers, G. Komen, W. Hazeleger & S. Drijfhout, 2006. KNMI Climate Change Scenarios 2006 for the Netherlands. KNMI Scientific Report WR 2006-01.
|